Over de bottlenecks

In de eerste fase is door de ingenieursbureaus Movares en MINT onderzocht welke knelpunten er zijn in het huidige infrastructuurnetwerk. Er zijn diverse bottlenecks, die ervoor zorgen dat het goederenvervoer per spoor minder competitief is:
  • In het huidige netwerk is sprake van onvoldoende capaciteit aan de oostkant van Kanaal Gent Terneuzen in Zeeuws Vlaanderen. Met name de Sluiskilbrug is een bottleneck. De brug staat nu al vaak open door passerend scheepvaartverkeer via Terneuzen; dit zal verder toenemen na opening Nieuwe Sluis in 2022. Uit de studie komt naar voren dat de Sluiskilbrug vanaf 2022 aan zijn maximale capaciteit zit. Vanaf dat moment kan de groei niet meer worden geaccommodeerd. Dit knelpunt kan alleen worden opgelost door een aansluiting van het Nederlandse spoor op het Belgische spoor op de oostoever tussen Axel en Zelzate.
  • De treinen kunnen vanaf het bedrijventerrein Axelse vlakte nu niet rechtstreeks de Sluiskilbrug oprijden, er is geen zuid-oost boog (missing link) in het spoor. Treinen moeten nu doorrijden richting Terneuzen, daar “kop maken” om in de andere richting de brug op te kunnen rijden. De brug is daarmee een majeure bottleneck in een goede doorstroom.
  • Momenteel doorkruist het spoorvervoer, waaronder ook risicotransporten, de kern Sas van Gent. Er kunnen niet méér treinen door de woonkern rijden vanwege de veiligheid (gevaarlijke stoffen) en geluidsoverlast bij Sas van Gent. Dit beperkt de capaciteit van de spoorlijn.
  • Ook de gebruikswaarde van het bestaande spoor in Zeeuws-Vlaanderen is een knelpunt. Het spoor is niet beveiligd en passeert maar liefst 16 onbewaakte overgangen. Omwille van de veiligheid rijden de goederentreinen zeer langzaam en moeten ze vaak stoppen.
  • In Vlaanderen is sprake van een capaciteitstekort op het enkelsporige baanvak ten noorden van Wondelgem. Diverse emplacementen in beide landen kennen capaciteitsknelpunten. ​​​​​​​

Verbeteren
duurzaamheid,
investeringsklimaat
en concurrentiepositie

North Sea Port heeft stevige ambities op het gebied van duurzaamheid. Een betere spoorinfrastructuur speelt een belangrijke rol bij een duurzame modal split omdat er een verschuiving van wegtransport naar het spoor plaats kan vinden. Daarnaast vergroot de aanwezigheid van voldoende en betrouwbaar spoor de concurrentiepositie van de bedrijven in de haven en worden de havens nog aantrekkelijker als vestigingslocatie voor bedrijven.

 

Het project heeft een enorm breed draagvlak: naast de projectpartners North Sea Port, Gemeente Terneuzen, Provincie Zeeland en Provincie Oost-Vlaanderen, hebben ProRail, Infrabel, Outokumpu, YARA, Vlaeynatie, Verbrugge, OVET, VNO-NCW Brabant Zeeland, PORT & Industry Zeeland (PORTIZ), Eigen Vervoersorganisatie (EVO Fenedex), Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), Kamer van Koophandel Oost-Vlaanderen en Vereniging van Gentse Havengebonden Ondernemingen (VEGHO-VOKA), de Vlaamse Overheid, Euregio Scheldemond en de gemeente Zelzate richting de Europese Commissie het belang van deze studie onderstreept. Ook de Belgische Federale overheid (FOD) en het Nederlandse Ministerie voor Infrastructuur en Milieu hebben de Europese Commissie laten weten positief te staan tegenover de studies, net als de Ambassade en Consulaten van België in Nederland en de Zeeuwse Milieufederatie.

Om te komen tot een optimalere grensoverschrijdende spoorinfrastructuur is een aantal studies gestart die in kaart zal brengen wat er precies nodig is aan verbeteringen op het spoor in de havengebieden van Gent en Terneuzen. De eerste drie studies (vervoersvraag en capaciteitsanalyse, risico- en gevoeligheidsanalyse en de studie naar personenvervoer per spoor) zijn gestart.

Meer informatie