Er zit weer beweging in het project Rail Ghent Terneuzen. Naar verwachting wordt er nog in 2026 een startbesluit genomen over de verbetering van het goederenspoor tussen Gent en Terneuzen. Een belangrijke stap voorwaarts na maanden van stilte.

Politieke steun voor versnelling 

 De Tweede Kamer heeft begin februari nogmaals de urgentie van het project Rail Ghent Terneuzen onderstreept. Er werd unaniem een motie aangenomen waarin het kabinet wordt opgeroepen om – in nauwe samenwerking met de Vlaamse regering – zo snel mogelijk een startbeslissing te nemen. Alle 150 aanwezige Kamerleden steunden dit voorstel, ingediend door Chris Stoffer (SGP), Habtamu de Hoop (GroenLinks-PvdA), Maarten Goudzwaard (JA21) en Pieter Grinwis (ChristenUnie). 

Ook staatssecretaris Thierry Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat) bevestigde tijdens het debat over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) dat hij de urgentie van Rail Ghent Terneuzen volledig onderschrijft. Volgens de staatssecretaris is er intensief contact met de Belgische collega’s en wordt het project op korte termijn besproken in een gezamenlijk overleg. Het doel is helder: nog dit jaar moet het startbesluit op tafel liggen. 

Financiering staat klaar 

Een belangrijke reden voor deze politieke urgentie is dat de financiering al volledig beschikbaar is aan beide kanten van de grens. Zowel Nederland als België hebben elk 100 miljoen euro gereserveerd – samen goed voor 200 miljoen euro – om Rail Ghent Terneuzen te realiseren. Wat nog ontbreekt, is de formele beslissing om daadwerkelijk te starten. 

Belang voor de regio 

Al jaren werken overheden, infrastructuurbeheerders en North Sea Port samen aan plannen voor een sterkere, duurzamere verbinding tussen Gent en Terneuzen. De modernisering van dit grensoverschrijdende spoortraject maakt het mogelijk om meer goederen per spoor te vervoeren, wat zorgt voor minder vrachtwagens op de weg, betere leefbaarheid en een sterkere concurrentiepositie voor de bedrijven in de regio.  

Het project is niet alleen een investering in infrastructuur, maar ook in de toekomst van de logistiek, duurzaamheid en samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland.