Nederland en België zetten een nieuwe, grote stap voor het verbeteren van de goederenspoorverbindingen tussen Gent en Terneuzen. Beide landen gaan samen verder verkennen hoe het spoor klaargemaakt kan worden voor de toekomst. Dat moet het goederenvervoer per spoor een stimulans geven.

Nederland en België hebben onlangs hiervoor een Memorandum van Overeenstemming ondertekend. Rail Gent-Terneuzen is één van de spoordossiers waarover beide landen begin 2026 hebben afgesproken om intensiever te gaan samenwerken.  

Betrouwbaarheid spoor versterken 

Met de projectafspraken uit het Memorandum en de daaropvolgende startbeslissing voor een (Nederlandse) MIRT-verkenning kunnen ProRail (aan Nederlandse zijde) en Infrabel (aan Belgische zijde) verder aan de slag. Ze gaan onderzoeken hoe de (capaciteit)knelpunten op het spoor in North Sea Port aangepakt kunnen worden. Ook moet de betrouwbaarheid van het spoornetwerk worden versterkt, zodat het goederenvervoer per spoor een aantrekkelijk alternatief is en blijft voor verladers. Dat betekent dan minder vrachtwagens op de weg en meer goederen die op een duurzamere manier worden vervoerd. North Sea Port vormt een belangrijke verbinding binnen het Europese vervoersnetwerk. De haven staat voor een grote verduurzamingsuitdaging, waarbij het spoor een belangrijke rol speelt door vervoer duurzamer en efficiënter te maken. 

Als het gaat om kansrijke maatregelen wordt met name gekeken naar het dichten van de ‘missing link’ tussen Axel en Zelzate, het realiseren van een zuidoostboog bij de Sluiskilbrug en de noordelijke ontsluiting en uitbreiding van de spoorbundel Zandeken aan het Kluizendok.  

Participatie aan Nederlandse kant van de grens 

Na de zomer 2026 wordt de omgeving (aan de Nederlandse kant van de grens in ons havengebied) geïnformeerd over het spoorproject en start ook de participatie. De verwachting is dat de verkenning eind 2028 is afgerond. In de verkenning worden kansrijke oplossingen geïnventariseerd. Aan het eind van de verkenning wordt er een voorkeur gekozen en zal deze verder worden uitgewerkt.  

Voor het spoorproject is in totaal 240 miljoen euro vrijgemaakt, gelijk verdeeld tussen Nederland en België. Aan Nederlandse zijde komt het geld voor deze verkenning vooral uit het Nationaal Groeifonds, naast geld uit het compensatiepakket ‘Wind in de Zeilen’ en de Connecting Europe Facility (CEF)-subsidie. Met het nemen van deze startbeslissing wordt dus niet vooruit gelopen op de prioritering van het Mobiliteitsfonds (en Deltafonds).  

Nederlands Staatssecretaris Annet Bertram (Infrastructuur en Waterstaat):Het havengebied North Sea Port is van groot belang voor de Zeeuwse en Nederlandse economie en werkgelegenheid. Het is zaak om samen de spoorverbindingen en daarmee de industrie in de Kanaalzone Gent en Terneuzen een impuls te geven. We zetten daarvoor nu echt een betekenisvolle stap.” 

Belgisch Minister Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie):Het spoorgoederenvervoer speelt een essentiële rol bij het versterken van ons economisch concurrentievermogen en bij het bereiken van onze doelstellingen op het gebied van de ecologische transitie. North Sea Port vormt een strategisch logistiek en industrieel knooppunt voor België en Europa. Ik ben verheugd over de uitstekende samenwerking tussen de Belgische en Nederlandse autoriteiten en tussen de infrastructuurbeheerders. Ik hoop dat de studies die nu worden uitgevoerd de beste en meest realistische oplossingen aan het licht zullen brengen om de spoorverbindingen tussen Gent en Terneuzen duurzaam te versterken.” 

Intensievere samenwerking  

Begin dit jaar spraken Nederland en België af om intensiever te gaan samenwerken rond spoorvervoer. Doel is om te zorgen voor een versnelling op een reeks spoordossiers, zoals Rail Gent-Terneuzen. Geopolitieke en economische verhoudingen veranderen snel, en dat vraagt om meer samenwerking op het gebied van onder meer bereikbaarheid, veiligheid en militaire mobiliteit.